Nieuwsberichten

In memoriam Boudewijn Peters (1941-2026)

Op 30 januari 2026 overleed Boudewijn Peters op de leeftijd van 84 jaar. Hij behoorde tot de tweede generatie kinderneurologen. Hij deed zijn opleiding neurologie in Leiden. Na een stage kinderneurologie in Utrecht bij professor Kobus Willemse in Utrecht richtte hij in het midden van de zeventiger jaren in het Academisch Ziekenhuis Leiden een afdeling kinderneurologie op. Om de nieuwe afdeling te promoten reisde hij de eerste jaren stad en land af met een diaprojector om huisartsen en kinderartsen te overtuigen van het nut van deze toen nog vrij nieuwe discipline. In april 1986 volgde ik Raymund Roos op als zijn tweede man, nadat die had gekozen voor de volwassenen neurologie. 

Hij was een uitstekende dokter, empathisch, en geduldig tijd nemend voor jonge kinderen en hun ouders. Hij had een mooi hecht team opgebouwd op een afdeling met 10 bedden binnen gebouw 20 van het AZL. Boudewijn was een fantastische opleider en mentor. Hij liet mij m’n gang gaan, maar was altijd beschikbaar voor overleg.

Als docent was hij een voorbeeld voor velen. Hij wist zijn gehoor met zijn rustige stem altijd te boeien met lesstof die hij volstopte met casuïstiek en anekdotes. Zijn klinische ervaring vormde daarbij een belangrijke voedingsbodem.   

In 1988 nam hij samen met collega Willem Frans Arts, toen werkzaam in het Westeinde Ziekenhuis en het JKZ in Den Haag, later hoogleraar in Rotterdam, het initiatief voor het opzetten van een grote cohortstudie van kinderen met epilepsie. Dit Zuid-Hollands Kinderepilepsie Onderzoek werd een groot succes. Er werden belangrijke nieuwe gegevens verzameld van zo’n 500 kinderen met epilepsie die in een groot aantal internationale publicaties verschenen.

Boudewijn had een prachtige pen van schrijven, vaak wist hij in de discussie de resultaten op een genuanceerde manier te duiden en te beschrijven.

Hij kon op zijn afdeling en ook binnen in de onderzoeksgroep de sociale cohesie op geheel eigen wijze stimuleren. Met regelmaat organiseerde hij culturele en culinaire uitjes, waarbij de partners meestal ook van de partij waren. Hij kende opvallend veel mensen die hij zonder schroom daarvoor inschakelde. 

Van 1978 tot 1981 was hij secretaris van de NVKN, van 1984 tot 1990 voorzitter. Door hem werd tijdens zijn voorzitterschap de eerste Cornelia de Lange medaille uitgereikt aan Jean Aicardi uit Parijs.

Eind 1991 verliet Boudewijn Leiden na zijn benoeming tot hoogleraar in Utrecht. Daar werkte hij ruim 10 jaar als hoofd van de afdeling kinderneurologie van het WKZ. Zijn keuze voor Utrecht was grotendeels ingegeven door zijn wens hoogleraar te worden. In die Utrechtse periode bleef hij wel vol doorgaan met ons gezamenlijke onderzoek, dat inmiddels de meer pretentieuze titel ‘Dutch Study of Epilepsy in Childhood’ droeg.

Na zijn vervroegd emeritaat eind 2003 bleef fysiek ongemak hem niet bespaard. Van een zeer ernstige vorm van Guillain-Barré herstelde hij wonderwel grotendeels, maar dat heeft veel van hem gevergd. 

In 2021 mocht ik Boudewijn interviewen vanwege het naderende 50-jarig jubileum van onze vereniging. Intussen zijn een jubileumboek en -documentaire verschenen, waarin ook Boudewijn een plek heeft gekregen. De afgelopen jaren liet zijn geheugen hem in toenemende mate in de steek. Complicaties na een val leidden uiteindelijk tot zijn overlijden.

De Nederlandse kinderneurologie verliest in hem een charismatische en bevlogen clinicus die ook als bestuurder zijn stempel heeft gezet. Ik verlies een collega en mentor van wie ik veel heb geleerd en aan wie ik veel te danken heb, maar bovenal zal ik hem missen als een goede vriend.

 

Oebo Brouwer